|
Deel 1
Peilen is bij het vissen met de vaste stok wellicht het
belangrijkste element. We moeten nu eenmaal weten hoe diep het water is
waarin we gaan vissen. Hiervoor gebruiken we peillood, welk in vele vormen
en maten verkrijgbaar is. Het peillood wordt aan de haak bevestigd, dit
kan gebeuren door een knijploodje te openen en over de haak te plaatsen,
of door de haak in het stukje kurk aan de onderkant van het peilloodje te
plaatsen, vergeet bij dit type loodje niet eerst de haak door het oogje te
halen. Ook moeten we zeker weten dat de dobber goed uitgelood is en weten
hoe de dobber in het water staat zonder peilloodje. Schuif eerst de dobber
ongeveer op de diepte dat je denkt dat het water diep is. Daarna kunnen we
onze dobber ingooien op de plek waar we denken te gaan vissen, laat de
dobber recht onder de top van de hengel zakken, alleen zo kunnen we de
juiste diepte bepalen. Peil nooit schuinweg over de visstek heen. Schuif
als je de mogelijkheid hebt, een extra hengeldeel bij als je gaat peilen.
Zinkt de dobber, schuif hem dan op het nylon omhoog, blijft hij plat op
het water liggen, schuif hem dan naar beneden. Op deze manier kunnen we de
juiste diepte van het water bepalen. Zorg er eerst voor dat de dobber
precies zo staat, zoals we de dobber uitgelood hadden, op deze manier zal
ons aas net tegen de bodem aan liggen. Zijn we van plan verder over de
bodem te vissen dan schuiven we hem een beetje omhoog, en boven de bodem
dus omlaag. Het is uiteraard wel belangrijk om de bodem rond onze visplek
goed af te zoeken op diepe plekken of schuine kanten, dit is van groot
belang waar we later ons lokvoer gaan gooien. Het blijft dus een heel
precies werkje om op de juiste diepte te vissen. Neem absoluut goed de
tijd om te peilen, bij het vissen op een verkeerde diepte kan dat net het
verschil zijn tussen vangen en niet vangen. Twijfel je in de loop van het
vissen aan de diepte schroom dan niet om nogmaals te peilen. Veel succes.
Deel 2|
Het wordt wel eens onderschat maar bij het vissen met de vaste stok is
peilen het aller en ik zeg aller belangrijkst, Je kan namelijk niet onder
water kijken, zodat je niet weet waar de vissen zwemmen. De meeste n
vooral de grote vis aast op de bodem. De kleinere vissen vaak een stukje
boven de grond. Door de dobber omhoog of juist omlaag te schuiven kan je
bepalen hoe ver het aangeboden aas boven of op de grond komt. Met een
peilloodje, waarbij ik zelf de knijper (zie tekening) het meest geschikt
vindt, kun je peilen hoe diep het water is. Een peilloodje moet zo zwaar
zijn dat je dobber zinkt als je het aan de haak doet. De dobber schuif je
dan steeds verder omhoog tot hij met het puntje boven water komt. Als je
nu het loodje weer van de haak haalt en er aas aan doet dan weet je dat je
op de bodem ligt. Het is dan handig om deze zogeheten peildiepte af te
tekenen op straat. Je kan dan van diepte wisselen maar bet snel in staat
om terug te schakelen naar je basisdiepte. Bij stroming of als je grote
vis wilt vangen is het vaak gunstig om tussen de 20 en 50 centimeter
dieper te vissen dan je peildiepte. Maar peil altijd heel nauwkeurig, ook
links en rechts en een meter voor en achter je stek. Je komt dan niet voor
verrassingen dat het water sterk afloopt. Doe je dit niet dan kan je
voeren, ballen rollen weg en vangst blijft uit. Voer altijd een meter voor
je stek, ballen schieten altijd door. Zorg ook altijd voor een reserve
peilloodje, je bent er een verloren voor je het weet. |